De Groene Kathedraal
Jaar: 1996
Categorie: kunst en landschap
Locatie: Kathedralenbos, Tureluurweg
Plaats: Almere, Flevopolder
Ruimte: openbare ruimte algemeen
Materiaal: 178 Italiaanse populieren, beton
Afmetingen (h x b x d): 0 x 7500 x 15000 (cm)
In opdracht van: Gemeente Almere
Begeleider: Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten (nu SKOR)
Zijn eerste kunstwerk in de polder maakte Marinus Boezem (1934) toen hij 26 was. In de buurt van zijn geboorteplaats Asperen stelde hij een landschap tentoon door een rij stoeltjes op een dijk te zetten en genodigden te verzoeken daarop plaats te nemen. De toeschouwers zagen niets meer dan de geometrische vlakverdeling van het polderland. Boezem, oorspronkelijk opgeleid als schilder, zou zich vanaf die tijd concentreren op het zichtbaar maken van ongrijpbare elementen als lucht en ruimte. Zo signeerde hij in 1969 de lucht boven Amsterdam door middel van een vliegtuig met rookspoor, en liet hij in 1978 een vliegtuig de contouren van de stad Middelburg in de lucht uittekenen. Sinds 1980 houdt Boezem zich intensief bezig met de plattegrond van de gotische kathedraal, volgens de kunstenaar het ultieme ‘Gesamtkunstwerk’, waarin spirituele en materiële perfectie samenvallen. In 1993 tekende hij in Parijs het grondplan van een kathedraal uit met coniferen en een jaar later bouwde hij een vergelijkbare plattegrond met brokken basalt op de Oosterscheldekering.
Maar Boezems bekendste en grootste bouwwerk, ‘De Groene Kathedraal’, staat op een uitgestrekt grasveld aan de rand van Almere. In 1987 begon de kunstenaar daar met het planten van 178 Italiaanse populieren die samen de plattegrond van de beroemde Notre Dame in Reims in kaart brengen. Betonnen paadjes in het gras vormen een blauwdruk van de kruisgewelven van het gotische meesterwerk. De snijpunten van de ribben worden gemarkeerd door de ranke bomen die, als organische zuilen, letterlijk de hemel in groeien. Omstreeks 2010 zullen de populieren hun maximale hoogte van dertig meter bereiken en daarmee de hoogte van de Franse kathedraal evenaren. Daarna zullen de bomen langzaam afsterven.
Om die reden begon Boezem in 1990 met de aanleg van een tweede groene kathedraal. In het naastgelegen beukenbos werd een negatief van ‘De Groene Kathedraal’ uitgespaard. Net als het eerste werk omspant deze open plek in het bos een ruimte van ongeveer 175 bij 75 meter – de ware grootte van het grondplan van de Notre Dame. Wanneer ‘De Groene Kathedraal’ in de toekomst zal vervallen tot een ruïne van uitgegroeide bomen, zal de contra-kathedraal te zien blijven. (SS)