Zonder titel
Jaar: 1999
Categorie: figuratieve sculptuur
Locatie: GGZ 's-Hertogenbosch, Bethaniëstraat 2
Plaats: 's-Hertogenbosch, Noord-Brabant
Ruimte: zorginstellingen
Materiaal: polyester en andere materialen
In opdracht van: GGZ 's-Hertogenbosch (Reinier van Arkel)
Begeleider: Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten (nu SKOR)
Den Bosch heeft verborgen schatten. Eén daarvan is het kunstwerk van de Spaanse kunstenaar Juan Muñoz (1953-2001) op een binnenpleintje van het GGZ-complex Reinier van Arkel aan de Windmolenbergstraat. Bij het betreden van de omsloten binnenplaats word je getroffen door de krachtige aanwezigheid van zes sculpturen: twee palen met stootkussens en vier mannen. De vier mannen zien er bijna hetzelfde uit. Ze zijn kleiner dan levensgroot, hebben een kaal hoofd en een gehavend gezicht. Hun kleding vertoont scheuren en wordt met spelden bij elkaar gehouden. Ze staan als bevroren in hun beweging, alsof ze plotsklaps zijn gestopt in hun activiteit. Wat die activiteit was is niet precies duidelijk, waarschijnlijk een balspel. Eén van de mannen heeft een bal in zijn hand, die voortdurend ronddraait. Een ander staat in een afwachtende houding tegenover hem. De overige twee lijken niet echt betrokken bij het spel. Alle objecten hebben dezelfde kleur: loodgrijs. De loodkleur – de beelden zijn niet echt van lood gemaakt, maar van kunststof – versterkt de indruk van verstarring en verstilling. Muñoz baseerde dit werk op een foto uit de jaren dertig die hij vond in het archief van de psychiatrische kliniek Reinier van Arkel. Op de foto zijn patiënten te zien die in identieke kleding korfbal spelen, terwijl enkele geestelijken toekijken.
De beelden in Den Bosch zijn typerend voor het oeuvre van Juan Muñoz, die als één van de eerste kunstenaars van zijn generatie in de jaren tachtig terugkeerde naar de figuratie. Hij werd bekend met zijn mensfiguren die een gevoel van spanning en onbehagen oproepen: groteske figuren als ballerina's, lilliputters, poppen en vooral zijn wereldberoemde 'duikelaars' - bronzen mannen waarvan het lichaam naar beneden uitloopt in een ronde bol. Het zijn anonieme figuren die door de manier waarop ze ten opzichte van elkaar in de ruimte zijn gepositioneerd de illusie wekken dat zij dingen en geluiden waarnemen die voor de toeschouwer ontoegankelijk zijn. Ze leven in een andere wereld en op een andere golflengte. Juist door de verstilling van zijn installaties worden geluiden en gesprekken gesuggereerd. (LJ)