AAP
Jaar: 1998
Categorie: interactieve installatie/ Interactive installation
Locatie: Hengstdal 3
Plaats: Nijmegen, Gelderland
Ruimte: zorginstellingen
Materiaal: diverse materialen
In opdracht van: Sint Maartenskliniek
Begeleider: Praktijkbureau Beeldende Kunstopdrachten (nu SKOR)
Het werk ‘AAP’ van Aernout Mik (1962) is een goed voorbeeld van een nieuw soort openbare kunst die ontstond in de jaren negentig. Deze kunstwerken vragen niet zozeer om een beschouwing alswel een beleving en gaan een nieuwe, dynamische relatie met het publiek aan. Ook bij Miks ‘AAP’ vervult de toeschouwer een belangrijke rol. Deze interactieve aap kan de persoon, gezeten op de boomstam tegenover hem, uitnodigen voor een spelletje boter, kaas en eieren. ‘AAP’ werd ontwikkeld voor de Sint Maartenskliniek en het aanpalende revalidatiecentrum. In het licht van de locatie was bewust voor dit spelletje gekozen, omdat het op een elementair niveau het cognitieve met het motorische verbindt. Om de vakjes op het speelbord aan te raken heeft de aap een linkerarm met een beweegbare wijsvinger. De romp en kop (ogen, oogleden en mondhoeken) kunnen bewegen en geven een levensechte uitstraling. De levensgrote orang-oetang heeft tevens een hoge aaibaarheidsfactor en door het gebruik van technieken die vaak worden toegepast bij kunstmatige intelligentie beschikt hij over menselijke trekjes. Zo is de robotaap niet altijd in de stemming voor het spelletje, soms dut hij liever of heeft hij zelfs een slecht humeur – als je hem dan aait is de kans overigens groot dat hij na enige tijd weer bijdraait. Infrarood sensoren en microfoons genereren een beeld van de omgeving waarop de aap kan reageren. Hij kan zodoende kijken in de richting van een hard geluid of gaan slapen als er een tijdlang geen omstanders zijn geweest. Een levensecht detail is ook dat zijn rechterarm in een mitella zit - hij zit immers niet voor niets in een medische kliniek. Belangrijk element is dat de aap zijn eigen domein heeft met een mengsel van attributen die naar zijn oorspronkelijke omgeving verwijzen en zijn nieuwe kunstmatige omgeving moeten veraangenamen, zoals een koelkast en kookapparatuur.
Mik werkt vaker met een combinatie van menselijk en dierlijk gedrag. ‘AAP’ is ook exemplarisch voor de wijze waarop Mik situaties en plekken ontdoet van hun gebruikelijke functie. Het werk maakt immers geen deel uit van de efficiënte wijze waarop het ziekenhuis functioneert. Als extra factor functioneert ‘AAP’ echter als een verbindend element tussen personeel, patiënten en bezoekers. Of, zoals Aernout Mik het zelf uitdrukt: ‘Analoog aan de onduidelijke status die de beschadigde mens in de samenleving heeft moet ook deze aap ruimte krijgen, dáár waar die eigenlijk niet gepland is. Hoe gaan we om met “het andere” dat te midden van ons leeft?’. (XdJ)
The work ‘AAP’ by Aernout Mik (1962) is a good example of a new type of public art that emerged in the 1990s. These works weren’t aimed at being observed as much as being experienced and forging a new and dynamic relationship with the public in general. Indeed the observer takes on an important role in Mik’s ‘AAP’ since this interactive ape is able to invite the person seated on the opposite log to play a game of noughts and crosses. ‘AAP’ was created for the Sint Maartens clinic and its adjacent rehabilitation center. In light of the location this game was intentionally chosen as it connects cognitive and motor skills on a very basic level. The ape features a movable index finger on its left arm with which it can touch the sections of the game board. Its trunk and head (eyes, eyelids and mouth corners) can move, giving the ape a lifelike appearance. In addition, this life-sized orangutan is very cuddly and, thanks to the use of technology that’s often applied in artificial intelligence, it possesses human traits. For example, the ‘roboape’ is not always in the mood to play a game as he sometimes wants to take a nap or is sometimes even in a bad mood. However, if you pet him, chances are that he’ll come round after a while. The ape responds to infrared sensors and microphones that generate images of its surroundings. As such he can look in the direction of loud noises or fall asleep when there’s nobody around for a period of time. One lifelike detail is that the ape’s right arm is in a sling – after all he’s in a medical clinic! An important feature of the work is that the ape has his own territory with a collection of props, some of which allude to his original habitat and some of which serve to make his new artificial living space a bit more pleasant (e.g. a fridge and cooking equipment).
Mik frequently works on combinations of human and animal behavior. ‘AAP’ is furthermore an example of the way in which Mik strips situations and locations of their usual function. After all, this work doesn’t add to the efficient manner in which a hospital functions. Instead, the added value of ‘AAP’ is that it serves to forge bonds between staff, patients and visitors or, like Mik himself explains: ‘Just like the unclear status that the injured human being has in our society, this ape also needs to be given his own space, a space that wasn’t really planned for him. How do we deal with “the Other” who lives in our midst?’ (XdJ)