Watergoed kop van Overijssel
Jaar: 1999
Categorie: landschapsarchitectuur
Locatie: natuurgebied de Weerribben
Plaats: Steenwijk, Overijssel
Ruimte: openbare ruimte algemeen
Materiaal: natuurlijke materialen
In opdracht van: Kunst en Cultuur Overijssel
Begeleider: SKOR en Kunst & Cultuur Overijssel
In zijn woonplaats Eschenau, in het zuiden van Duitsland, kocht herman de vries (1931) in 1986 een stuk landbouwgrond van 400 m2. In dat jaar begon hij het land samen met zijn vrouw te bewerken, niet voor een optimale oogst zoals op omliggende velden, maar om de natuurlijk inheemse begroeiing de ruimte te geven. Het duurde enige jaren voor het echtpaar de vries hun weide zo had gecultiveerd dat hij weer een ‘natuurlijke’ staat had. Sindsdien is de weide een lust voor oog, oor en neus, zoals ooit ook in het pre-geïndustrialiseerde landbouwtijdperk. Slechts een paar ingrepen verraden een menselijke hand, zoals de paden waarover gasten worden rondgeleid, een schuilbosje voor regen en een cirkelvormige rozenhaag die een deel afsluit als een doornroosjekasteel. Achter de haag kan de natuur daadwerkelijk ongehinderd haar gang gaan.
Sinds 1969 verenigt de vries zijn kennis van de biologie (hij werd opgeleid aan de Rijkstuinbouwschool in Hoorn) met zijn vermogen beelden te scheppen. De natuur is onze primaire werkelijkheid, volgens de vries, en haar bestuderen is een openbaring. Alles wat daadwerkelijk van belang is in het leven kun je er vinden, als je maar goed kijkt. Dus toont hij de natuur zoals zij is, zoals zij zich bijvoorbeeld openbaart op zijn weide in Eschenau, zijn atelier van 400 m2.
In het natuurgebied de Weerribben is momenteel een vergelijkbaar project in wording. Voor een stuk landbouwgrond van 600 hectare, dat onderdeel wordt van een ecologische verbindingszone met een tweede natuurgebied, ontwierp de vries in samenwerking met landschapsarchitect Kees Kloosterman de inrichting. De polder, een veengebied dat volledig is afgegraven, moet in de komende tachtig jaar opnieuw een moerasbos worden. Om dat te bereiken wordt hij vooralsnog ingericht als een watergoed, naar analogie van een landgoed een terrein met verschillende verschijningsvormen van water en begroeiing. Het gebied wordt volgens de bestaande verkaveling ingedeeld in terrassen met onderling verschillende niveaus en uiteenlopende begroeiing om het zogenaamde verlandingsproces op gang te brengen. De mens mag daarbij toeschouwer zijn; moet dat zelfs zijn om het werk van de vries te voltooien. Daarom wordt het gebied doortrokken met een bevaarbaar waterlabyrint, met wandelpaden, bruggetjes en oversteken en zelfs mogelijkheden om op het water te wonen of kamperen. (CH)