1787

Jaar: 2002 
Categorie: kunst en landschap
Locatie: wandelbos in Stadskanaal
Plaats: Stadskanaal, Groningen
Ruimte: openbare ruimte algemeen
Materiaal: diverse materialen
In opdracht van: Herinrichtingscommissie Oost-Groningen en Gronings-Drentse Veenkoloniën
Begeleider: 0nbekend

Het wordt in Nederland, maar ook in andere Europese landen, steeds gebruikelijker om kunst in de openbare ruimte te presenteren als een tijdelijke of permanente kunstroute. Voorbeelden in Nederland hiervan zijn kunstwegen (1999, Nederlands/Duits initiatief; route met permanente kunstwerken van internationale kunstenaars langs de rivier de Vecht van Gramsbergen in Overijssel tot Nordhorn) en de Semslinie Kunstlijn. Uitgangspunt voor deze laatste kunstroute is de Semslinie; een 40 kilometer lange grens tussen Drenthe en Groningen. Op acht verschillende locaties langs deze grens hebben kunstenaars permanente projecten gerealiseerd. Zo is in Stadskanaal de ‘STARwagon’ van Atelier Van Lieshout te vinden, in Wolfsbarge het ‘Otium’ van kunstenaarscollectief Het Observatorium en in Nieuw-Weerdinge ‘Field Free Space’ van Hooykaas & Stansfield. Andere kunstenaars die deelnemen zijn: Erick de Lyon, Majorieke Glaudemans en Karen Lancel, Martijn Veldhoen, Adriaan de Rees en Jorgen Leijenaar. Het werk van Jorgen Leijenaar (1957) is exemplarisch voor de opzet van de Semslinie en andere vergelijkbare kunstroutes. De samenhang tussen locatie en kunstwerk wordt bij deze kunstroutes onder andere gezocht in de cultuurhistorische achtergrond van een locatie of streek.

Zo is het werk ‘1787’ van Leijenaar gebaseerd op de ontstaansgeschiedenis van Stadskanaal. In 1787 werden de eerste twaalf huisjes gebouwd voor een groep kolonisten die de kanalen groeven en turf afstaken. Die locatie is inmiddels in gebruik voor nieuwbouw maar Leijenaar vond in het nog aan te leggen wandelbos in Stadskanaal de perfecte locatie voor een geschiedkundige monument. Zijn ontwerp bestaat uit een vierkante terp die wordt omringd door een sloot. Op de terp zijn negen ‘grafzerken’ geplaatst met poëtische teksten ter nagedachtenis aan de eerste kolonisten. Een smeedijzeren hek sluit het kunstwerk af. Hoewel het concept achter dit kunstwerk in eerste instantie nogal voor de hand ligt, is het resultaat zeer geslaagd. De beeldtaal die wordt gehanteerd is herkenbaar omdat het ontleend is aan reguliere begraafplaatsen uit de omgeving, maar het werk zelf straalt een vervreemdende autonomie uit die het midden houdt tussen plechtstatigheid en romantiek. (IC)

Kunstenaars:

Jorgen Leijenaar