De Blauwe Dromer
Jaar: 2001
Categorie: kunst en landschap
Locatie: Gemaal Lovink
Plaats: Biddinghuizen, Flevopolder
Ruimte: openbare ruimte algemeen
Materiaal: aarde, water, basaltblauw asfalt, plantaardige afzetting
In opdracht van: Provincie Flevoland
Begeleider: Kunst en Bedrijf
Ten noorden van Zeewolde, vlakbij het gemaal Lovink aan de Harderdijk, is in juli 2002 een wonderlijk eiland verrezen. Een paarsblauwe ringdijk met een doorsnede van 45 meter steekt er als een soort atol of vulkaankrater boven het water uit. Boten die wachten voor de sluizen naar het Veluwemeer kunnen er langsvaren, maar aanleggen lijkt onmogelijk. Het gladde, blauwgekleurde asfalt waarmee het kunstmatige eiland bekleed is, biedt nergens houvast. Beter is het om het kunstwerk vanaf de wal te bekijken. De ringdijk is iets gekanteld in de richting van de hooggelegen Harderdijk, zodat de toeschouwer er een glimp kan opvangen van het hart van het eiland, waar het rimpelloze water door een rotsige binnenwand wordt omgeven. Dan wordt pas duidelijk dat er achter de gladde asfaltdijk een kleine biotoop schuilgaat. Tussen de blauwe stenen aan de binnenzijde van de dijk groeit sedum spurium, een plant waarvan de bloemen het kunstwerk in de zomermaanden een roodroze gloed zullen geven. In de rand langs het water is groot hoefblad geplant, dat met zijn absurd grote bladeren voor een natuurlijk groene afzetting zal zorgen.
De Amsterdamse kunstenaar Jacqueline Verhaagen (1959) noemde haar werk ‘De Blauwe Dromer’, een titel die ontleend is aan het vakjargon voor verschillende soorten dijken. Anders dan de waker (een actief beschermende buitendijk) en de slaper (de daarachter gelegen binnendijk die voor noodgevallen dient) heeft de dromer geen functie. Het is een nutteloze dijk die diep in het land gelegen is en, net als Verhaagens kunstwerk, een ‘Fremdkörper’ in de omgeving vormt. Volgens de kunstenaar is de dromer een metafoor voor het domein van verinnerlijking en verbeelding. Want hoewel het kunstwerk, mede door zijn zinnelijke kleur, de voorbijganger naar zich toe lokt, blijft het een onbereikbaar paradijs. (SS)