360º horizontaal, (x,y) vertikaal
Jaar: 1999
Categorie: installatie
Locatie: Koninklijke Scholengemeenschap, Jonkheer Mr G W Molleruslaan 42
Plaats: Apeldoorn, Gelderland
Ruimte: scholen
Materiaal: roestvrij staal, aluminium, diverse kunststoffen
In opdracht van: Koninklijke Scholengemeenschap Apeldoorn
Begeleider: Kunst en Bedrijf
Bij de Koninklijke Scholengemeenschap Apeldoorn is een opvallende symbiose tot stand gekomen tussen kunst en architectuur. Aan de architecten werd gevraagd om via het gebouw de leerlingen kennis te laten maken met, en inzicht te geven in techniek. Ook de kunstenaar, Barbara Kletter (1960), liet zich door dit thema inspireren.
De komst van het nieuwe vak ‘techniek’ op de Koninklijke Scholengemeenschap in Apeldoorn was aanleiding voor de bouw van een nieuw paviljoen. Het architectenbureau Van den Broek en Bakema ontwierp een functioneel gebouw dat constructieve elementen, maar ook leidingen en bedrading duidelijk zichtbaar laat. Tegelijkertijd met deze nieuwbouw werd aan Barbara Kletter gevraagd een kunstwerk te maken. Kletter werd aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag opgeleid als beeldhouwer. Haar affiniteit met techniek en haar fascinatie voor beweging resulteerde in Apeldoorn in twee ingenieuze constructies die, hoewel ze ook gebruikt kunnen worden, in de eerste plaats gezien moeten worden als autonome sculpturen. De eerste constructie bestaat uit twee uitschuifbare buizen waarin een leerling enkele meters uit het gebouw kan worden geschoten. Om in deze ‘lanceerbuis’ plaats te nemen is een scholier afhankelijk van de hulp van klasgenoten. Dat geldt ook voor tweede installatie; een hangsysteem bovenin het klaslokaal waarin een leerling zich langs een netwerk van touwen kan voortbewegen. Beide installaties zijn, nadat Barbara Kletter er een boek en een video over maakte, via lesbrieven opgenomen in het lesmateriaal van de vakken techniek en Culturele en Kunstzinnige Vorming (CKV).
Dat beide kunstwerken hier deel uitmaken van het lesmateriaal, en leerlingen bovendien zijdelings testen op hun sociale en communicatieve vaardigheden, is opmerkelijk te noemen. Toch is dit werk van Barbara Kletter onderdeel van een gedurfde ontwikkeling waarbij kunst in scholen haar definitieve inhoud krijgt dankzij de interactie met de leerlingen. Moeten de ‘attracties’ van Barbara Kletter door scholieren heel fysiek beleefd worden, het animatieprogramma dat Merel Mirage ontwikkelde voor een school in Vlaardingen (2002) is weer gericht op mentale en creatieve vaardigheden. Scholieren maken in dit voortdurend groeiende internetproject korte animatiefilmpjes, die (online) in de school te zien zijn op een in een snoepautomaat ingebouwd beeldscherm. In de lessen CKV wordt de leerlingen geleerd hoe de software te gebruiken. Een ander voorbeeld van een bijzondere aanvulling die een kunstopdracht kan bieden op het lesmateriaal zijn de verschillende ‘spreekmeubels’ van Schie 2.0 bij Ichthus Hoge School in Den Haag (2002). De objecten zijn onderling verbonden door een geluidsinstallatie en studenten kunnen plaatsnemen als ze willen oefenen in het debatteren. Ook bij dit laatstgenoemde werk, dat overigens door bemiddeling van SKOR tot stand kwam, gaat het om het inhaken bij de (les)praktijk, en de interactie met de gebruiker. (VH)
© 2003 Barbara Kletter, Amsterdam
foto: Claude Crommelin
© 2003 Barbara Kletter, Amsterdam
foto: Claude Crommelin
© 2003 Barbara Kletter, Amsterdam
foto: Bastiaan IngenHousz
© 2003 Barbara Kletter, Amsterdam
foto: Bastiaan IngenHousz